Gebruik van een SNCR-ontstikstoffingsinstallatie (selectieve niet katalytische reductie)

Bij de gaszuivering wordt bij de selectieve niet katalytische reductie ammoniak of een waterige ureumoplossing bij 900 of 1.100 °C direct achter de verbrandingskamer ingespoten. Daarbij reageren de stikstofoxiden met de ammoniumverbindingen tot stikstof en water. Dat reduceert de NOx-emissies. Aan de uitgang van de verbrandingskamer meet de GM32 continu het NO en de GM700 het NH3-slib. Bij lage NO- en CO-concentratie kan voor deze procestoepassing ook de MCS200HW worden gebruikt.

  • Volgende productfamilies kunnen worden gebruikt
    Meten van agressieve gassen, snel en direct - ook in explosiegevaarlijke omgevingen
    • Snelle en directe in situ meting
    • Geen gasonttrekking, geen gastransport, geen gasbehandeling
    • Max. acht parameters, plus procestemperatuur en -druk
    • DOAS- en CDE-evaluatieprocedures
    • Meerdere van elkaar onafhankelijke meetbereiken met dezelfde nauwkeurigheid
    • Automatische zelftestfunctie (QAL3) zonder testgas
    • Uitvoering in overdruk voor ex-zone 1 en 2
    Efficiënte procesanalyse - ook onder zware condities
    • Hoge selectiviteit door hoge spectrale resolutie
    • Korte responstijden
    • Geen kalibratie vereist
    • Geen bewegende onderdelen, vrijwel slijtvast
    • Geen gasmonsters en voorbereiding vereist
    • Uitvoering met overdrukbehuizing voor ex-zone 2
    Beproefde meettechniek voor rookgasbewaking
    • Meting van maximaal 10 IR-componenten plus O2 en DOC
    • Meettechniek met thermische extractie
    • Slijtvrij gastransport met ejectorpomp
    • Referentiepuntcontrole met interne afstelfilters
    • Gecertificeerde digitale Modbus®-interface
    • Webserver voor apparaatbesturing onafhankelijk van het platform
    • Gebruik van droge testgassen bij HCl en NH3