Bij energieopwekking met fossiele brandstoffen wordt milieubescherming almaar belangrijker. De ingevoerde processen voor stofvermindering en vermindering van NOx- en SO2-emissies, broeikasgassen en verontreinigende stoffen (bijvoorbeeld HCl, TOC, enz.) nemen een steeds belangrijkere plaats in bij alternatieve brandstoffen.
De analysesystemen van SICK bieden continue controle van processen bij elektriciteitscentrales. Met behulp van SICK-meettechnieken kunnen de concentraties van de gasbestanddelen en stof evenals de volumestroom worden gecontroleerd op verschillende plaatsen in de installatie. Hierbij kunnen afwijkingen tijdens het proces gemakkelijk worden geïdentificeerd en geoptimaliseerd.
Poederkool wordt gewoonlijk gebruikt als brandstof bij elektriciteitscentrales. Om veiligheidsredenen is het essentieel om de CO in kolenbunkers en kolenmolens te controleren. CO is een reukloos en zeer giftig gas dat een ernstig explosiegevaar inhoudt bij een peil dat hoger ligt dan 8 vol.% in de lucht. Verhoogde CO-concentraties kunnen wijzen op smeulend vuur waarbij onmiddellijke tegenmaatregelen moeten worden genomen. Bovendien bieden O2-concentraties belangrijke informatie voor kolenmaalmolens die werken bij inerte zuiveringsomstandigheden. Een toenemende zuurstofconcentratiewaarde controleert het binnenkomen van valse lucht in het systeem en beschermt zo tegen explosiegevaar.
Onze oplossing:
Voor een efficiënte elektriciteitscentrale is continue controle en optimalisering van het verbrandingsproces vereist. Toevoer van verbrandingslucht is hierbij een belangrijke taak. Dit soort lucht levert immers de vereiste zuurstofhoeveelheid, die zorgvuldig dient te worden geoptimaliseerd en bewaakt voor veilige en efficiënte verbranding, en om het brandstofverbruik en de emissies van verontreinigende stoffen (zoals CO, CO2 en NOx) zo laag mogelijk te houden. Het is dan ook uiterst belangrijk om een betrouwbare en zeer nauwkeurige controle te hebben van de volumestroom van de primaire verbrandingslucht aan de ketelinlaat.
De milieuwetgeving vereist een efficiënte vermindering van het NOx-gehalte van rookgas vooraleer het in de atmosfeer wordt vrijgegeven. Het selectieve katalytische reductieproces wordt hiervoor gewoonlijk toegepast. Daarbij wordt een toegevoegd reagens zoals ammoniak (NH3) aangewend. Hierdoor wordt stikstofoxide via een katalysator omgezet in water en stikstof bij een temperatuur van ongeveer 400 °C. De NO-concentratie wordt gemeten aan de inlaat van de DeNOx-installatie om de vereiste ammoniakhoeveelheid te bepalen en te bewaken. NO en NH3 worden gemeten aan de uitlaat van de DeNOx-installatie. De NH3-concentratie (ammoniakslip) geeft de efficiëntie aan van het denitrificatieproces, terwijl de NO-concentratie wordt gecontroleerd om te garanderen dat de milieuwetgeving wordt nageleefd.
Rookgassen van steenkoolgestookte verbrandingsprocessen zijn belast met deeltjes. De milieuwetgeving vereist dat deze gassen worden gereinigd vooraleer ze in de atmosfeer worden vrijgegeven. Dit gebeurt door ontstoffing. Doekenfilters worden hiervoor het meest gebruikt. Hierbij worden de deeltjes verzameld nadat ze door een strak geweven stof zijn gegaan. Een andere mogelijkheid zijn elektrostatische stofvangers waarbij de deeltjes worden verzameld op elektroden nadat ze door een elektrisch veld zijn gegaan. Continue controle van de stofconcentratie na filtertoepassing zorgt voor een correcte werking van de ontstoffingsinstallatie en voor overeenstemming van het achtergebleven stofgehalte met de wetgeving.
Natte gasreinigingssystemen worden gewoonlijk gebruikt bij rookgasontzwaveling. Nadat het verbrandingsgas de ontstoffingsinstallatie heeft verlaten, gaat het een toren binnen waar het wordt verstoven met calciumslurry (wassingvloeistof, bijvoorbeeld gemalen kalksteen in water) aangevoerd uit een tank. Verontreinigende gassen, zoals SO2 worden in de vloeistof opgelost en reageren met de vloeistof om zo calciumsulfiet of -sulfaat te vormen. Deze stoffen worden verwijderd door ontwatering en via een bindmiddel. Calciumsulfiet kan ook worden geoxideerd om gips te vormen, door perslucht te bubbelen doorheen de sulfietslurry.
Onze oplossing: In-situ gasanalysator GM31
Afhankelijk van het soort brandstof en van de lokale milieuwetgeving moeten een aantal gasbestanddelen (bij voorkeur CO, NOx en SO2) continu worden gecontroleerd in het rookgas aan de fabrieksschoorsteen, samen met stof (deeltjes), gasstroom, temperatuur en O2 (en soms ook H2O). In geval van co-verbranding van alternatieve brandstoffen, kan het ook nodig zijn om andere componenten – zoals HF, HCl, Hg en TOC – te controleren. Voor verdere verwerking worden de meetgegevens naar een specifiek data-acquisitiesysteem gestuurd, waarna ze naar de overheid worden doorgestuurd . Meettoestellen die men voor CEM-toepassingen gebruikt, moeten eerst met succes een test ondergaan en vervolgens door de overheid erkend worden.
Onze oplossing :